gespeelde voorstellingen van het operettekoor

2000 tot 2009


Joop Wesseling en Frank Geisink
Joop Wesseling en Frank Geisink

La poupée (2009)

Componist: Edmond Audran

Libretto: Maurice Ordonneau

Vertaling: John Lust

 

OVER DE OPERETTE 

Het kolderieke verhaal speelt zich af in een klooster dat aan de bedelstaf is geraakt. De hongerige monniken bedenken een vermetel plan om weer aan geld te komen. Hoofdrolspeler in hun plan is de novice (leerling-monnik) Lancelot, die uit verlegenheid en angst voor vrouwen heeft besloten monnik te worden. Hij komt echter uit een rijke familie en zijn oom, de markies van Cantecler, heeft hem een royale bruidsschat in het vooruitzicht gesteld als hij in het huwelijk treedt; besluit Lancelot in het klooster te blijven, dan heeft Van Cantecler gedreigd zijn neef te onterven! 

 

ROLVERDELING

Joop Wesseling (Meester Hilarius), Marjo Bosch (Mevrouw Hilarius), Cynthia Verhaal (Alésia), Frans Gubbels (Baron van Cantecler), Luc Theunissen (Graaf De Lorémois), John Lust (Vader Maximus), Frank Geisink (Lancelot), Arnold van de Paverd (Balthazar), Ronald Vriend (Mattheus), Freek van Raam (Agnosticus) en Yde Linsen (Notaris).



DIe Lustige WItwe (2008)

Componist: Franz Lehár

Libretto: Victor Léon & Leo Stein

 

OVER DE OPERETTE 

In 1905 zorgde Franz Léhár er met Die lustige Witwe voor dat de doodverklaarde Weense operette werd herboren; het markeert de aanvang van de zogenaamde Zilveren Periode van de Weense Operette. Het stuk hoort nu al meer dan honderd jaar onbetwist tot de hoogtepunten van het genre, ten eerste door het geestige, doorwrochte verhaal, maar vooral door de aaneenschakeling van muzikaal briljante nummers zoals “Ich bin eine anständige Frau”, “Da geh' ich zu Maxim”, “Lippen schweigen”, “Komm in den kleinen Pavillon” en, bovenal, het wereldberoemde “Villalied”.

 

De geschiedenis speelt zich af in Parijs, voor de Eerste Wereldoorlog. De in Pontevedro geboren jonge weduwe Hanna Glawari leidt in Parijs een vrolijk leventje. Het is niet ondenkbaar dat ze zich door een of andere Franse flierefluiter laat inpalmen en met hem voor de tweede keer in het huwelijk zal treden. In dat geval zal haar aanzienlijke kapitaal (vele miljoenen!) voor het vaderland verloren gaan. De gezant van Pontevedro in Parijs, baron Mirko Zeta, stelt alles in het werk om dat te voorkomen, daarbij geholpen door zijn secretaris, Danilo Danilowitsch, die jaren geleden – lang voordat Hanna de weduwe Glawari werd – een relatie met Hanna heeft gehad... Zoals dat hoort in een operette gaat het ruim twee uur lang over liefde, trouw en echtelijk geluk maar ook over de keerzijden daarvan...

 

ROLVERDELING

Frans Gubbels (Baron Mirko Zeta), Linda Hogerheyde (Valencienne), Joop Wesseling (Graaf Danilo Danilowitsj), Marjo Bosch (Hanna), Walter Deubel (Camille de Rosillon), Frank Geisink (Vicomte Cascada) en John Lust (Raoul de Saint-Brioche).



H.M.S. Pinafore (2007, dec.)

Componist: Arthur Sullivan

Libretto: William S. Gilbert

Vertaling: Gerard Knoppers

 

OVER DE OPERETTE

Dit is de vierde operette die het Britse duo Gilbert (tekst) en Sullivan (muziek) samen schreef. Het stuk verhaalt over de mensen aan boord van het Engelse marineschip H.M.S. Pinafore, dat voor anker ligt voor de kust van Portsmouth. Josephine (de dochter van de kapitein) is verliefd op de matroos Ralph Rackstraw, en hij op haar. De etiquette aan boord bepaalt echter dat het voor hen niet netjes is met elkaar te spreken, in verband met het standsverschil, zodat Ralph maar moeizaam tot een liefdesverklaring komt. En dan is daar ook nog het Hoofd van de Admiraliteit, Sir Joseph Porter, die zelf een oogje heeft op de jonge Josephine en daarom, vergezeld van al zijn vrouwelijke familieleden, de driemaster met een bezoek komt vereren. De kapitein ziet het allemaal met lede ogen aan en weet niet hoe hij zichzelf en zijn dochter uit dit lastige parket moet bevrijden. Gelukkig komt de parlevinkster Mrs Cripps met verrassend nieuws...

 

ROLVERDELING

Frank Geisink (Sir Joseph Porter), John Lust (Kapitein Corcoran), Frans Gubbels (Bootsman Bill Bobstay), Luc Theunissen (Dick Deadeye), Joop Wesseling (Ralph Rackstraw), Arnold van de Paverd (Bob Becket), Freek van Raam (Een uitermate klein matroosje), Marjo Bosch (Josephine), Daphne Peereboom (Hebe) en Francine Kahlman (Mrs. Cripps).



BARBE-BLEUE (2007, jan.)

Componist: Jacques Offenbach

Libretto: Henri Meilhac en Ludovic Halévy

Vertaling: Gerard Knoppers

 

OVER DE OPERETTE

Blauwbaard is een steenrijke maar afschrikwekkende man met een grote blauwe baard. Wanneer hij op zakenreis vertrekt, overhandigt hij zijn jonge vrouw de sleutelbos van zijn kasteel. Daarmee mag ze alle kamers bezoeken behalve één, het kleine provisiekamertje in de kelder. Na verloop van tijd kan de vrouw haar nieuwsgierigheid niet meer bedwingen en opent ze toch de verboden kamer. Daar vindt ze de zes lijken van haar voorgangsters. Wanneer Blauwbaard onverwachts vervroegd thuis komt, merkt hij al snel dat zijn vrouw toch het kleine sleuteltje heeft gebruikt. Hij wordt woest en wil zijn vrouw ter plekke doden. Ze weet echter uitstel te bedingen en waarschuwt haar broers. Deze vallen Blauwbaard aan en doden hem.

 

In de operette van Offenbach gaat het natuurlijk net even anders. De ex-vrouwen werden niet gedood, maar door alchemist Popolani goed verzorgd en verstopt voor zijn meester. Uiteindelijk komt de waarheid aan het licht en iedereen krijgt elkaar.

 

ROLVERDELING

Marjo Bosch (Boulotte), Daphne Peereboom (Prinses Hermia/Fleurette), Joop Wesseling (Blauwbaard), Frans Gubbels (Koning Bobêche), John Lust (Popolani), Luc Theunissen (Graaf Oscar), Frank Geisink (Prins Saphir), Arnold van de Paverd (Alvarez), Francine Kahlman (Koningin Clémentine)



John Lust en Frans Gubbels
John Lust en Frans Gubbels
Het operettekoor
Het operettekoor
Scènebeeld uit De Vogelkoopman
Scènebeeld uit De Vogelkoopman

Der VogelhändleR (2005)

Componist: Karl Zeller

Libretto: Moritz West en Ludwig Held

Vertaling: Gerard Knoppers

 

OVER DE OPERETTE

Adam, de vogelkoopman uit Tirol, en Christel, de postbode van het dorp Schwetsenhausen im Pfalz, aan de Rijn, zijn al jarenlang innig bevriend maar tot een huwelijk wil het maar niet komen. Dat komt omdat Adam pas wil trouwen als hij een vaste betrekking met goede vooruitzichten en een regelmatig inkomen heeft gevonden. Hij hoopt op een baan aan het hof van de keurvorst, als medewerker van diens volière. Wanner diezelfde keurvorst een dagje wil komen jagen in de omgeving van Schwetsenhausen staat het dorp op zijn kop. De dorpelingen hebben namelijk, onder aanvoering van hun burgemeester, Schneck, de wilde zwijnen in het bos uitgeroeid tijdens hun vele strooptochten. De jachtmeester van het gebied, baron Weps, is woedend, maar in ruil voor de nodige steekpenningen  wil hij wel genoegen nemen met een noodoplossing: een geschilderd tam varken.

 

Als Weps verneemt dat de keurvorst te elfder ure moet afzien van zijn bezoek, voorziet de baron het verlies van een flinke som geld en dat vindt hij erg vervelend. Zijn inmiddels gearriveerde neef, de jong graaf Stanislaus, weet raad: hij zal zich voor de keurvorst uitgeven; Christel ziet haar kans schoon om in het plaatselijke paviljoen de kwaliteiten van haar Adam onder de aandacht van de (namaak-) keurvorst te brengen en overhandigt hem aldaar een verzoekschrift. Als zij weer buiten komt, trekt Adam verkeerde conclusies en wil niets meer van Christel weten. Hij heeft inmiddels een zekere Marie ontmoet, en die bevalt hem ook wel. Dat deze Marie eigenlijk de keurvorstin is die incognito haar echtgenoot kwam bespieden maakt de zaak behoorlijk ingewikkeld, maar ja daar is het een operette voor.

 

ROLVERDELING

Marjo Bosch (Keurvorstin Marie), Janneke de Vries (Christel), Francine Kahlman (Barones Adelaïde), Joop Wesseling (Adam), Oscar Koch (Graaf Stanislaus), John Lust (Baron Weps) en Frans Gubbels (Burgemeester Schneck).



The pirates of penzance (2004)

Componist: Arthur Sullivan

Libretto: William S. Gilbert

Vertaling: Gerard Knoppers

 

OVER DE OPERETTE

Een piratenschip legt aan de kust van Cornwall aan. De zeerovers vieren de verjaardag van Frederic, leerling-piraat. Maar de jongeman wil zijn kameraden verlaten. Hij verfoeit het piraten bedrijf, waarin hij ooit per vergissing is verzeild. De kombuismeid Ruth vertelt hoe dat kwam. De kapers varen hierna weer af, onder achterlating van Frederic en Ruth; de laatste is op het laatste nippertje - ondanks haar gevorderde leeftijd - van boord gesprongen, omdat zij Frederic niet wil verlaten. Een stoet generaalsdochters nadert. Frederic, die nooit een andere vrouw dan Ruth heeft gezien, beseft nu dat zij hem steeds heeft voorgelogen, als ze beweerde dat ze mooi was. Woedend verstoot hij haar, en daarna verstopt hij zich. De meisjes willen pootjebaden, maar plotseling staat Frederic voor hen en vraagt of een van de meisjes zijn vrouw wil worden. Allen weigeren, maar Mabel, de mooiste van allemaal, zegt ja. Intussen zijn de piraten heimelijk teruggekeerd; onverhoeds overvallen zij de jongedames. De snode plannen van de kapers worden echter verijdeld door de komst van de generaal, die zich eerst omstandig voorstelt en dan via een leugen weet te bewerkstelligen dat de piraten zijn dochters met rust laten.

 

De generaal heeft wroeging over zijn leugen, tevergeefs trachten zijn dochters hem op te beuren. Frederic is vast van plan met behulp van de politie de rovers te verslaan en daarna met Mabel te trouwen. Maar de kaperkapitein en Ruth komen hem een contract onder de neus duwen waar hij niet onder uit kan: hij moet zich weer bij de piraten voegen. Vervolgens verslaan de piraten de politieagenten. Gelukkig beschikt de aanvoerder der agenten nog over een laatste troef; deze mogen we hier niet onthullen, maar het argument is zo sterk dat de kapers zich overgeven. In deze wirwar van gebeurtenissen onthult Ruth ten slotte een geheim, waardoor een ware epidemie van trouwlust uitbreekt, zodat iedereen iedereen krijgt. 

 

ROLVERDELING

John Lust (Generaal Stanley), Joop Wesseling (Richard, piratenkapitein),  Jack Woestenberg (Samuel), Walter Deubel (Frederic), Arnold van de Paverd (Edward, brigadier), Marjo Bosch (Mabel) en Francine Kahlman (Ruth).



Les Cloches de Corneville (2003)

Componist: Robert Planquette

Libretto: Clairville en Ch. Gabet

Vertaling: Joop C.G. Fransen

 

OVER DE OPERETTE

De geschiedenis speelt zich af in Corneville in Normandie, begin 1700. 

De markies van Corneville is twintig jaar geleden verbannen. Hij heeft samen met zijn kleinzoontje Henri zijn slot verlaten en de zorg ervoor toevertrouwd aan de pachter Gaspard. Gaspard was vroeger in dienst van graaf van Lucenay. Toen deze graaf om politieke redenen moest verdwijnen gaf hij Gaspard zijn vermogen in bewaring en ook zijn dochter liet hij onder diens hoede achter. Gaspard heeft het geld in het kasteel van de markies van Corneville verborgen en zegt tegen iedereen dat het meisje zijn nicht Germaine is. Teneinde pottekijkers te weren speelt hij in het kasteel af en toe voor spook. Gaspard wil dat Germaine met de baljuw trouwt, maar zij heeft haar hand aan de visser Grenicheux geschonken omdat die haar eens het leven zou hebben gered.

Er komt een brik in de haven van Corneville aan. De kapitein ervan is Henri, de kleinzoon van de markies van Corneville, die zich weer in het kasteel wil vestigen. Hij neemt Germaine, Grenicheux en een meisje uit het dorp, Serpolette, in dienst. 

 

Teneinde te bewijzen dat de spookverhalen onzin zijn doorzoekt hij samen met hen, enige matrozen en de baljuw het kasteel. Ze vinden een map met documenten, waaronder het geboortebewijs van Clemence Lucienne, gravin van Lucenay, die in 1667 is geboren. Omdat dat het geboortejaar is van Serpolette, die tot nu dacht dat ze een vondelinge was, raakt men ervan overtuigd dat zij de gravin is. Ook wordt de brief van graaf van Lucenay aan Gaspard gevonden waarin deze verzoekt voor zijn dochter te zorgen.



Trial By Jury (2002)

Componist: Arthur Sullivan

Libretto: William S. Gilbert

Vertaling: Joop C.G. Fransen

 

OVER DE OPERETTE

Een zekere Edwin wordt voor het gerecht gedaagd wegens verbreking van trouwbelofte.

De stemming is fel tegen hem gekant. De jury, de publieke tribune, de deurwaarder, de rechter, allen zijn op de hand van Miss Angelina, de verstoten bruid. Zij en haar raadsman weten handig in te spelen op de heersende sentimenten, maar Edwin verdedigt zich als een leeuw. Er ontstaat een verwarde situatie, die culmineert in een groot opera-achtig ensemble (in de stijl van Bellini)

"Wat een dilemma!" Ten slotte neemt de rechter een zeer onverwachte beslissing,

die iedereen bevredigt.

 

TRIVIA

In 2002 vierde Bel Canto Oostzaan haar 60-jarig jubileum. Een groot concert werd georganiseerd in een uitverkochte grote zaal van Het Zaantheater. Het operettekoor bracht deze eenakter.

 

ROLVERDELING

John Lust (Rechter), Marjo Bosch (Miss Angelina), Joop Wesseling (Edwin, gedaagde), Francien Kahlman (Advocaat van de eiseres) en Luc Theunissen (Deurwaarder).



Czárdásfürstin (2002)

Componist: Emmerich Kálmán

Libretto: Leo Stein en Bela Jenbach

 

OVER DE OPERETTE

De geschiedenis speelt zich af in Boedapest en in Wenen, vóór de eerste wereldoorlog.

De ster van het "Orpheum"-cabaret in Boedapest, Sylva Varescu, geeft haar afscheidsvoorstelling. Zij gaat een tournee door Amerika maken. Dit tot groot verdriet van Edwin, de zoon van Leopold Maria, vorst van Lippert Weylersheim, wiens hart onstuimig voor de knappe zangeres klopt. Zijn vader is er echter op tegen dat hij met een juffrouw van het theater trouwt. Hij za1 zich moeten verloven met gravin Stasi. Voor zijn vertrek naar Wenen bezweert Edwin Sylva niet naar Amerika te gaan. Hij geeft haar zelfs een schriftelijke trouwbelofte.

 

Nadat Edwin vertrokken is, laat graaf Boni, die zowel met Sylva als met Edwin bevriend is, de zangeres een verlovingskaart zien, die Edwins vader maar alvast heeft laten drukken, en waaruit moet blijken dat Stasi en Edwin een paar worden. Geschokt besluit Sylva toch naar Amerika te gaan. Edwin heeft zich blijkbaar in zijn lot geschikt en schijnt bereid met Stasi te trouwen. Te midden van de gasten die voor het verlovingsfeest bijeen zijn, verschijnt plotseling Boni met aan zijn arm, Sylva met wie hij klaarblijkelijk is getrouwd. Sylva heeft echter Boni verzocht zich voor haar echtgenoot uit te geven.

 

Edwin probeert Boni te bewegen zich te laten scheiden; hij kan dan met Sylva trouwen. Tegen een gescheiden gravin kan zijn vader immers geen bezwaar hebben. Verontwaardigd over deze hypocrisie verlaat Sylva het feest. Met medewerking van Boni lukt het Edwin alles ten goede te doen keren. Sylva zal zijn vrouw worden. Hij krijgt zelfs toestemming van zijn vader, omdat die tot de ontdekking is gekomen dat zijn eigen vrouw ook ooit chansonnière is geweest. Boni en Stasi, die ruimschoots de gelegenheid hebben gehad verliefd op elkaar te worden, vormen het tweede gelukkige paar.



The Mikado (2001)

Componist: Arthur Sullivan

Libretto: William S. Gilbert

Vertaling: Gerard Knoppers

 

OVER DE OPERETTE

Nanki-Poo, een rondreizend liedjeszanger, is verliefd op Yum-Yum, pupil van kleermaker Ko-Ko. Deze Ko-Ko is onlangs benoemd tot Opperbeul van het stadje Titipu en is zelf van plan met Yum-Yum te trouwen. Eigenlijk is Nanki-Poo de kroonprins van Japan, maar hij houdt zijn ware identiteit verborgen uit angst voor Katisha, een oudere hofdame die verliefd op hem is. Er wordt een brief bezorgd met de boodschap dat de mikado het stadje komt bezoeken; hij wenst dat de nieuwe Opperbeul binnen een maand iemand onthoofdt. Ko-Ko vindt dat een lastige opgave - wie moet hij dan onthoofden? Nanki-Poo biedt zichzelf aan als slachtoffer, op voorwaarde dat hij de maand vóór de executie mag doorbrengen als echtgenoot van Yum-Yum. Ko-Ko accepteert zijn aanbod en iedereen verheugt zich op de trouwerij van Yum-Yum en Nanki-Poo, die onmiddellijk zal plaatsvinden. De feestvreugde wordt verstoord door Katisha, die meent dat Nanki-Poo háár een trouwbelofte heeft gedaan. Wonderlijke, haast absurde verwikkelingen volgen, die - zoals tekstdichter Gilbert gewoon was - volledig serieus worden genomen, wat tot hilarische taferelen van typisch Engelse humor leidt. Uiteindelijk blijft Nanki-Poo in leven en krijgt zijn Yum-Yum; Ko-Ko wordt gedwongen met Katisha te trouwen. 



La pÉrichole (2000)

Componist: Jacques Offenbach

Libretto: Henri Meilhac en Ludovic Halévy

Vertaling: Joop C.G. Fransen

 

OVER DE OPERETTE

La Périchole (uitspreken met een k) is de geschiedenis van een Peruaanse straatzangeres die het tot maîtresse van de Spaanse onderkoning brengt, echter alleen om aan de armoede te ontkomen. Zij behoudt haar eer en trekt (rijker dan voorheen) verder met haar jaloerse, maar trouwe minnaar Piquillo. Het verhaal zit uitstekend in elkaar en is ook voor een modern publiek nog steeds spannend en vermakelijk.