gespeelde voorstellingen van het operettekoor

1980 tot 1989


La fille de madame angot (1989)

Muziek: Charles Lecocq

Tekst: Clairville, Siraudin en Victor Koning

Vertaling: Joop C.G. Fransen

 

Madame Angot was een uit veel toneelstukken bekend volkstype: een viswijf dat het tot miljonaire wist te brengen door de woelingen der Franse revolutie. De marktkooplui van de Parijse Hallen hebben Clairette, de dochter van madame Angot, opgevoed en ook een bruidegom voor haar uitgezocht: de pruikenmaker Pomponnet. Clairette is echter verliefd op Ange Pitou, een koningsgezinde liedjeszanger. In het tweede bedrijf blijkt Clairette een rivale te hebben: de intrigante Lange die de liedjeszanger protegeert. Na tal van complicaties ziet Clairette in dat Pomponnet nog niet zo’n kwade keuze is en zij trouwt met hem.


Die Lustige Witwe (1988)

Muziek: Franz Lehár

Tekst: Victor Léon en Leo Stein

 

Een rampjaar voor het operettekoor wegens het uitvallen van de hoofdrolspeler (Danilo). De voorstelling is uiteindelijk gewoon gespeeld met een vervanger.


Les Cloches de corneville (1987)

Muziek: Robert Planquette

Tekst: Clairville en Ch. Gabet

Vertaling: Joop C.G. Fransen

 

De jonge markies Henri de Corneville (bariton-Martin) keert na omzwervingen terug in zijn voorvaderlijk kasteel, waar het volgens de dorpelingen spookt. Er volgen vele verwikkelingen: een jonge visser blijkt niet de held te zijn waarvoor hij zich uitgeeft; een boerendeern brengt het tot gravin, maar blijkt later toch weer heel gewoon; de spokerijen blijken het werk te zijn van een oude vrek, die waanzinnig wordt maar later zijn verstand hervindt, en zijn pupil, de lieftallige Germaine, blijkt ten slotte van adel en trouwt met de nobele markies.


The Pirates of Penzance (1986)

Muziek: Sir Arthur Sullivan

Tekst: William S. Gilbert

Vertaling: Gerard Knoppers

 

De dochters van een generaal worden bij het pootjebaden overvallen door piraten. Gelukkig verschijnt de generaal zelf. Hij weet zijn dochters voor onheil te behoeden door te verklaren dat hij een wees is. Het is namelijk algemeen bekend dat deze piraten nooit een wees kwaad doen, omdat ze zelf allemaal ook wees zijn. Alleen Mabel, de mooiste dochter, besluit met een van de piraten te trouwen, de 21-jarige Frederic. In het tweede bedrijf moet de politie de piraten gaan vangen, onder aanvoering van Frederic, die besloten heeft de piraterij vaarwel te zeggen. De kaperkapitein en de kombuismeid Ruth komen hem echter meedelen dat hij zal moeten wachten tot zijn letterlijke meerderjarigheid: hij is namelijk op 29 februari geboren. De plichtsgetrouwe jongeman gaat nu weer vechten aan de zijde van zijn vroegere kameraden. De politieagenten worden overmeesterd door de zeerovers. Maar dan sommeren de dienders de piraten zich over te geven "in naam der koningin". Onmiddellijk geven de onverlaten zich over. Gelukkig komt de kombuismeid dan met een opzienbarende onthulling, waardoor alle dames met alle heren kunnen trouwen.


La belle hélène (1985)

Muziek: Jacques Offenbach

Tekst: Henri Meilhac en Ludovic Halévy

Vertaling: Joop C.G. Fransen

 

Venus heeft aan Paris de schoonste vrouw ter wereld beloofd. Dit blijkt Helena te zijn. Ongelukkigerwijze is deze dame al getrouwd, met de koning van Sparta. Na veel verwikkelingen weet Paris de schone Helena te ontvoeren. Het verhaal is een parodie op de hoogdravende opera seria. De hogepriester Calchas en de Griekse helden Ajax I, Ajax II, Agamemnon, Menelaus en Achilles zijn bij Offenbach karikaturen: ijdel, jaloers, gierig enz. Het stuk zit vol komisch werkende anachronismen


der bettelstudent (1984)

Muziek: Carl Millöcker

Tekst: F. Zell (pseudoniem van Camillo Walzel) en Richard Genée

Vertaling: Joop C.G. Fransen

 

Ollendorf neemt wraak op Laura Nowalska, omdat zij hem een klap met haar waaier heeft gegeven. Hij haalt een arme student, Symon, uit de gevangenis en maakt de Nowalska’s wijs dat Symon miljonair is. Zijn boze opzet slaagt, met rampzalige gevolgen voor de berooide Nowalska’s. Maar aan het eind komt alles toch weer goed.


La périchole (1983)

Muziek: Jacques Offenbach

Tekst: Henri Meilhac en Ludovic Halévy

Vertaling: Joop C.G. Fransen

 

La Périchole (uitspreken met een k) is de geschiedenis van een Peruaanse straatzangeres die het tot maîtresse van de Spaanse onderkoning brengt, echter alleen om aan de armoede te ontkomen. Zij behoudt haar eer en trekt (rijker dan voorheen) verder met haar jaloerse, maar trouwe minnaar Piquillo. Het verhaal zit uitstekend in elkaar en is ook voor een modern publiek nog steeds spannend en vermakelijk.


Boccaccio (1982)

Muziek: Franz von Suppé

Tekst: F. Zell (pseudoniem van Camillo Walzel) en Richard Genée

Vertaling: Gerard Knoppers

 

In het libretto zijn een aantal verhalen uit de Decamerone van Boccaccio verwerkt. Beroemde komische scènes zijn de betoverde boom en de minnaar in het wijnvat. Uiteindelijk krijgt Boccaccio de hand van Fiametta.


La vie parisienne (1981)

Muziek: Jacques Offenbach

Tekst: Henri Meilhac en Ludovic Halévy

Vertaling: Joop C.G. Fransen

 

IEen Zweedse baron en zijn jonge echtgenote bezoeken Parijs. Zij vallen in handen van een Parijse dandy, Raoul de Gardefeu, die zich voordoet als gids. Zijn maîtresse, Métella, heeft hem namelijk bedrogen en hij besluit nu zijn geluk bij de dames van adel te beproeven. De barones vindt hij zeer aantrekkelijk. Hij neemt het Zweedse paar mee naar zijn huis en maakt ze wijs dat dat een hotel is. In de volgende bedrijven worden allerlei soupers en feestjes voor de baron georganiseerd; intussen tracht Gardefeu de Zweedse schone te veroveren. Dit plan mislukt echter jammerlijk. Na allerlei avonturen en dolle verkleedpartijen eindigt het stuk met een wild feest in een restaurant à la mode, waar zelfs messen worden getrokken. Maar er vloeit geen bloed. Het enige wat er ten slotte vloeit (rijkelijk), is de champagne.


Der Zigeunerbaron (1980)

Muziek: Johann Strauss Jr.

Tekst: Ignaz Schnitzer

Vertaling: Joop Fransen

 

Een sympathieke snaak doet een aanzoek aan de dochter van een Hongaarse varkensfokker. Maar zij heeft een heimelijke verhouding met een ijdeltuit. Daarom zegt ze tegen de sympathieke jongeman, dat hij maar moet terugkomen als hij op zijn minst baron is. Niet lang daarna wordt onze held door een troep zigeuners uitgeroepen tot wojwode, wat een soort van baron is. Zo had de jongedame het echter niet bedoeld, want zij vindt zigeuners maar niks, dus een zigeunerbaron is ook niks. Daarop kiest de jonge held het armste meisje van het zigeunervolk als bruid. Het arme meisje blijkt echter een Turkse prinses te zijn. De held voelt zich haar dan niet meer waardig en neemt dienst in het leger. Alles komt weer goed in het derde bedrijf.